De Verandering

Genesis 1:27 ‘God schiep de mens naar Zijn beeld; naar Gods beeld schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij hen.

Een opmerking even terloops erbij genomen: man en vrouw vormen samen één mens. Dat is wat we trouwens even verder lezen: Genesis 2:24 ‘Ze zullen tot één vlees zijn.’ De Heer Jezus bevestigt deze tekst in Mattheus 19:5. De schrijver van de brief aan de Hebreeen begrijpt het ook op dezelfde manier: Hebreeen 11:11-12 ‘Door het geloof heeft Sara kracht ontvangen om moeder te worden, en dat ondanks haar hoge leeftijd, daar zij Hem, die het beloofd had, betrouwbaar achtte. Daarom zijn er dan ook uit één man en wel een verstorvene, voortgekomen als de sterren des hemels in menigte en gelijk het zand aan de oever der zee; dat ontelbaar is.’ Het is zeker niet Abraham die bevallen is. Uit wie komt het kind? Uit de moeder natuurlijk. Maar als de schrijver zegt dat het uit de man voortkomt is dat nogmaals een bevestiging dat man en vrouw samen één mens vormen. Maar daar wil ik hier niet verder op in gaan, dat vormt een ganse studie op zichzelf, over de eenheid van het huwelijk en ook de enigheid ervan.

Als de mens in beeld en gelijkenis van God werd geschapen vloeit daaruit voor dat tussen God en de mens een intieme relatie bestond. God sprak met de mens, en de mens sprak met God. Tot op de dag dat die relatie verbroken werd door wat onze Bijbel noemt ‘de eerste zonde’ – lees Genesis 3 – en wat nu nog altijd bekend staat als de erfzonde.

Dat wordt meer en meer ontkend door de hedendaagse mens: wij kunnen toch niet verantwoordelijk worden gesteld voor de fout van iemand die meer dan zesduizend jaar geleden geleefd heeft. Wat leert ons de Schrijft? Romeinen 5:22 ‘Daarom, gelijk door één mens de zonde de wereld is binnengekomen en door de zonde de dood, zo is ook de dood tot alle mensen doorgegaan, omdat allen gezondigd hebben.’ De apostel Paulus zegt duidelijk dat zonde en dood intiem met elkaar verbonden zijn. Is er daar een verklaring voor? Ik wil even terug gaan naar het eerste Bijbelboek. Genesis 5:3 ‘Toen Adam 130 jaar geleefd had, verwekte hij een zoon naar zijn gelijkenis, als zijn beeld en noemde hem Set.’ Let op het grote verschil tussen dit vers en Genesis 1:27: Adam werd geschapen in beeld en gelijkenis van God; Set werd verwekt in beeld en gelijkenis van zijn vader Adam. Dit beeld en die gelijkenis zijn totaal anders geworden. Wat is de oorzaak van die verandering? Genesis 2:17 ‘Van de boom des kennis van goed en kwaad daarvan zult gij niet eten, want ten dage dat gij daarvan eet zult gij voorzeker sterven.’ Het is duidelijk dat Adan en Eva niet onmiddellijk gestorven zijn nadat ze dit gebod overtreden hadden. Genesis 5:4 verteld ons dat Adam, na de geboorte van Set, nog 800 jaar heeft geleefd. De dood waarvan God spreekt is dus niet de dood van het menselijke lichaam, alhoewel dat er zeker mee te maken heeft.

Hoe zit de mens in elkaar? Paulus zegt dit: 1 Tessalonicenzen 5:23 ‘De God des vredes heilige u geheel en al, en geheel uw geest, ziel en lichaam moge bij de komst van onze Heer Jezus Christus blijken in allen dele onberispelijk bewaard te zijn.’ Drie bestanddelen die samen de mens vormen: geest, ziel en lichaam. Zou er dan een verschil zijn tussen de mens, na de zondeval en de mens die in het Nieuwe Testament geroepenen van Jezus Christ, geliefden Gods, geroepen heiligen, worden genoemd (zie Romeinen 1:6-7)?

Het verschil is te groot om daar niet wat meer op in te gaan. Laten we een paar bijbelverzen onder de loep nemen. Mattheus 8:22 ‘Laat de doden hun doden begraven.’ Het is duidelijk dat er hier sprake is van twee verschillende doden. De eerste doden zijn levende mensen, de tweede doden zijn mensen die gestorven zijn. Hoe kan men van dode m

ensen spreken die toch in leven zijn? Efeze 2:1-6 ‘Hoewel gij dood waart door uw overtredingen en zonden, waarin gij vroeger gewandeld hebt overeenkomst de loop dezer wereld, overeenkomstig de overste van de macht der lucht, van de geest, die thans werkzaam is in de kinderen der ongehoorzaamheid… God echter, die rijk is aan erbarming, heeft, om zijn grote liefde, waarmede Hij ons heeft liefgehad ons hoewel wij dood waren door de overtredingen mede levend gemaakt met Christus…’ Ook in dit gedeelte spreekt de apostel over een toestand waarin mensen, alhoewel in leven zijnde, toch als dood zijnde beschouwd worden.

– geschreven door Jacques Vankeirsbilck